Page 150

Boek Maastro NL binnenwerk.indb

148 J.M.A. de Jong 4 Januari 2013 was de laatste werkdag van Jos de Jong bij MAASTRO c l ini c . Hij had zich 25 jaar ingezet voor het radiotherapeutisch instituut. Hij was per 1 september 1987 aangesteld als radiotherapeut-directeur van het Heerlense RTIL, als opvolger van prof. dr. A.H. Keijser. De Jong trof in Heerlen een instituut aan met twee lineaire versnellers, drie radiotherapeuten en één klinisch fysicus. Het RTIL was niet geacademiseerd, maar er werd op een aantal terreinen wel met Maastricht samengewerkt. Toen hij op zijn 65ste met pensioen ging en de academische MAASTRO c l ini c in Maastricht verliet, waren er achttien radiotherapeuten en tien klinisch fysici. Er stonden zes versnellers in Maastricht en twee in Venlo. De Jong (1949) was in het Academisch Ziekenhuis Leiden (AZL) tot arts opgeleid. Hij vervulde zijn dienstplicht als marine-arts in Den Helder. Hij was een van de eersten die de opleiding radiotherapie als zelfstandig specialisme volgde. Voorheen was deze opleiding onderdeel van de opleiding tot radioloog. Zijn opleiding bij prof. Thomas in het AZL rondde hij af in 1980. De Jong kreeg een aanstelling tot 1982 als staflid bij de subafdeling radiotherapie van de afdeling klinische oncologie van dit ziekenhuis. In dat jaar vertrok hij naar het Westeindeziekenhuis in Den Haag. Daar was in samenwerking met vijf andere ziekenhuizen een afdeling radiotherapie gevestigd. Hij kon er zijn opvattingen over samenwerken met andere specialismen verder in de praktijk brengen. In 1985 promoveerde De Jong op het proefschrift Hypothyreoïdie en bestraling in de hals voor hoofd-halstumoren aan de Rijksuniversiteit Leiden. In 1987 begon hij in Heerlen als radiotherapeut-directeur van het toenmalige RTIL, onder de grond. Het instituut kreeg opnieuw een erkenning voor de A-opleiding radiotherapie, met De Jong als opleider. Hij zag al snel in dat er ten gevolge van de sterke uitbereiding van activiteiten op directieniveau een versterking met bedrijfsmatige deskundigheid nodig was. Na een interim-directeur werd Loes Klaasse-van Remortel in 1991 adjunct-directeur bedrijfsvoering. In 1993 werd vervolgens het raad van commissarissenmodel ingevoerd: de raad van toezicht kwam meer op afstand met een tweehoofdige directie: De Jong werd radiotherapeut-directeur en Klaasse directeur bedrijfsvoering. De Jong stond mede aan de wieg van de diverse raamovereenkomsten met het academisch ziekenhuis Maastricht (azM) en de universiteit daar. Diverse universitaire commissies bogen zich over de positie van de te benoemen hoogleraar radiotherapie: de Ontwikkelingscommissie Radiotherapie in 1992, gevolgd door de Structuurcommissie Radiotherapie. Beide commissies kwamen er niet uit, maar in 1994 kwamen RTIL, azM en universiteit eindelijk tot overeenstemming. De RTIL-directie was een vurig pleitbezorger van de zelfstandigheid van het RTIL, mede om de goede relatie met de participerende ziekenhuizen in stand te houden. Het hardnekkig verzet van De Jong en Klaasse tegen inlijving in het azM leverde winst op voor het RTIL, dat zelfstandig bleef, maar niet voor De Jong persoonlijk: hij werd geen hoogleraar. In maart 1995 nam hij mede daarom ontslag als directeur; hij bleef wel aan het RTIL verbonden als radiotherapeut en als opleider. Hoogtepunten in het directeurschap van De Jong zijn het behoud van de zelfstandigheid van het RTIL, de uitbreiding van het aantal radiotherapeuten en fysici, van het aantal versnellers en de samenwerkingsovereenkomst met het azM en de UM. Dat geldt ook voor de normalisering van de vertroebelde verhoudingen met de internisten van het De Weverziekenhuis in 1991 en de inhoudelijk uitstekende samenwerking met de specialisten van het azM en van de overige ziekenhuizen in het toenmalige verzorgingsgebied van het RTIL: Atrium MC in Heerlen, Kerkrade en Brunsum, Orbis MC in Sittard, Sint-Laurentiusziekenhuis in Roermond en Sint-Jansgasthuis in Weert. Dr. Jos de Jong.


Boek Maastro NL binnenwerk.indb
To see the actual publication please follow the link above