Page 121

Boek Maastro NL binnenwerk.indb

119 Vincent DeVita. Een van de bekendste medisch oncologen. Hij publiceerde de eerste langdurige remissies bij de ziekte van Hodgkin. klinisch onderzoek in het Amerikaanse Surgical Adjuvant Breast and Bowel Project (NSABP) en de European Organisation for Research and Treatment of Cancer (EORTC) hebben bijgedragen aan de sterke verbetering van de prognose van patiënten met veel voorkomende tumoren, zoals borstkanker en dikke darmkanker. Chemotherapie In dezelfde periode als waarin de moleculaire inzichten in het ontstaan van kanker verder werden onderzocht, nam ook het klinische onderzoek naar nieuwe behandelingen snel toe. Vooral het onderzoek naar chemotherapie kreeg daarbij prioriteit. Het National Cancer Institute (NCI) in de VS beschikte in het kader van de National Cancer Act over voldoende middelen om in het laboratorium het celremmende (cytostatische) effect van duizenden natuurlijke en synthetische stoffen te onderzoeken. Geleidelijk kwamen daaruit cytostatica beschikbaar, die vooral in combinaties effectief bleken. Wrang genoeg zijn de eerste cytostatica voortgekomen uit het onderzoek naar stikstofmosterdgas als biologisch wapen. De verdere ontwikkeling van de chemotherapie heeft vooral in de Verenigde Staten plaats gevonden. De term chemotherapie voor de behandeling met chemische middelen is wel Europees en door Paul Ehrlich (1854 -1915) in Frankfurt ingevoerd bij de behandeling van infectieziekten. Bij de introductie van chemotherapie voor de behandeling van kanker hadden veel Europese dokters echter grote reserves vanwege de ernstige bijwerkingen. De weerstand verdween snel toen de jonge oncoloog Vincent de Vita in 1970 de resultaten publiceerde van de cytostatische behandeling van de ziekte van Hodgkin. Tien jaar na de behandeling met combinatiechemotherapie was de helft van de patiënten ziektevrij, en dat bij een ziekte die nog kort daarvoor als onvermijdelijk fataal werd beschouwd. Niet lang daarna werd de effectieve behandeling van zaadbalkanker met cisplatine bekend. Op de vleugels van deze successen werd vanaf 1978 ook in Nederland binnen de interne geneeskunde het specialisme van medisch oncoloog geïntroduceerd. De chemotherapie heeft zich verder ontwikkeld door het combineren van cytostatica met verschillende werkingsmechanismen, in cyclische kuren, en is stapsgewijs, vooral door onderzoek in gerandomiseerde trials, verbeterd. Bij de ziekte van Hodgkin wordt nu vrijwel altijd een complete remissie bereikt, een situatie waarin alle ziekteverschijnselen langdurig verdwijnen. Bij tachtig procent van de patiënten geneest de ziekte. Niet alle tumoren zijn even gevoelig voor chemotherapie. Deze behandeling wordt momenteel ter genezing toegepast bij een groot aantal voorheen ongeneeslijke vormen van kanker, zoals de ziekte Mijlpalen in de medische oncologie 1946 Alkylerende cytostatica, eerste cytostaticum stikstofmosterd 1948 Foliumzuur antagonisten; aminopterine bij leukemie 1957 Methotrexaat bij choriocarcinoom 1967 MOPP chemotherapie, ziekte van Hodgkin 1968 Tamoxifen bepaling hormoonreceptoren bij behandeling borstkanker 1975 CMF adjuvante chemotherapie borstkanker 1976 Cisplatinum bij genezing van testistumoren 1980 Anti-emetica (ondansetron) palliatieve therapie hospice 1990 Biologicals, anti-oncogenen (herceptin) 1996 Imatinib (Gleevec) targeted therapy CML 2005 DNA micro array BCRA1-gen screening


Boek Maastro NL binnenwerk.indb
To see the actual publication please follow the link above